Beluister het VPRO radio-interview De Avonden met Paul van der Steen als gast over zijn tentoonstelling (31 augustus 2010)

De wekelijkse vrije tekening die STEEN maakt voor de kunstbijlage van Het Parool zal in de tentoonstelling een belangrijke plek hebben, naast het vrije werk dat daarbij aansluit: schetsboeken, grote tekeningen, series van crucifixen, zwarte beesten, lelieblanke meisjes met tattoos, heidense priesters, naakte mannen in gevecht met hun schaduw en zwarte muzikanten.
Voorts richt hij ter plekke een altaartje in met bezielde poppen die hij Dappere Dodo noemt, of De jonge Icarus, Koning Eénoog, en soms De kleine Steen.
Op zondag 22 augustus wordt de tentoonstelling geopend met een gepast vodou-ritueel door Richard Meijer (schrijver, Prometheus). Hij is een leerling van de Nederlandse vodou-priesteres Maria van Daalen (dichter, Querido). Zij zal op zondag 29 augustus een tweede, groter vodou-ritueel uitvoeren waarbij de goden zal worden gevraagd om instemming. Diezelfde middag zal STEEN een uiteenzetting geven over zijn drijfveren als tekenaar van deze werken.
STEEN zegt over zijn tekenkunst: “Elke kunstuiting in Haïtiaanse vodou is er een van krachtige bezieling, zwanger van magie, mystiek en symboliek. Of het nu in de dans en muziek is, of in de sierlijke tekening van maïsmeel op de vloer, of de met geest gevulde minutieus versierde potten, en de goddelijke poppen; alles is intens, bezield, heilig, sacraal. Zoals ooit ook het geval was in het westen, in heidense sprookjes en in vroeg-christelijke kunstuitingen. Ik probeer in mijn vrije tekeningen iets van die anima op te roepen. Kijk toch eens naar die gruwelijke crucifix van Matthias Grünewald uit 1512; lijden wordt hier gesitueerd in een inktzwarte achtergrond, met dwarsbalken van het kruis die door het gewicht en het leed van de gekruisigde doorbuigen, het verwrongen lijf vol met blauwe zweren en doornen stekels. Als crucifix het lijden moet verbeelden, dan maar zó, zou ik zeggen. Niks hemelse blik en hemelse Jezus. Dit is de ultieme aardse pijn van uw en mijn lijden.”